Onze nieuwe locatie is geopend.

De zintuigen

 

Mensen zijn voor informatie over hun omgeving afhankelijk van hun ogen en oren. Dit in tegenstelling tot egels, die de reuk als belangrijkste zintuig hebben. Hun gehoor is eveneens goed ontwikkeld. Egels zijn zeker niet blind; hun kleine zwarte oogjes kunnen de nadering van de mens van een behoorlijke afstand waarnemen. Zij leren ook grote markactiepunten als huizen en bomen te herkennen, waarschijnlijk als schaduwen tegen de lucht. De ogen van de egel –dichtbij de grond- staan zo, dat hij dingen vlak voor zijn neus kan zien, maar niet gedetailleerd en zeker niet in kleur. Onder normale omstandigheden is de egel afhankelijk van zijn neus om dingen te vinden. Hij vindt zijn voedsel door de geur, herkent zo andere egels en ruikt de nabijheid van gevaar. Als de egel rondscharrelt is hij steeds aan het snuffelen, neus richting grond voor voedsel of neus omhoog om de lucht op te snuiven. Voedsel kan ontdekt worden, zelfs als het 3 cm onder de grond zit. Het reukcentrum in de hersens is groot en geeft zo de belangrijkheid aan. 

neus

 De neus speelt ook een grote rol in zijn sociale leven bij het herkennen van andere egels en het onderscheiden van het geslacht, ook op afstand. Veel andere nachtdieren hebben lange, gevoelige snorharen, maar hoewel de egel snorharen heeft, zijn ze noch groot, nog gevoelig. Dit in tegenstelling tot zijn oortjes ( 1 cm lang) nauwelijks te zien, maar erg gevoelig. Zij spelen ook een belangrijke rol bij het ontdekken van de prooi. Voor een egel zijn regenwormen waarschijnlijk luidruchtige dieren als deze zich voortbewegen. De egel schrikt ook erg van abrupte geluiden zoals het klakken met de tong, het klappen met de handen of de klik van een fototoestel. Een gezonde egel heeft zwarte, glanzend oogjes die een beetje bol naar voren staan, en een natte zwarte neus, die altijd een beetje druipt.

 

Terug